De luchtspouw achter je gevelbekleding bepaalt alles
Achter elke bekleding komt vocht. Door condens, door slagregen die langs de naden naar binnen waait, of doordat de muur eronder nog opdroogt. Kan dat vocht niet weg, dan rot het regelwerk en zie je dat pas als de bekleding er weer af moet.
Waarom er altijd vocht achter komt
Een geventileerde gevel is niet waterdicht en hoeft dat ook niet te zijn. Bij slagregen met wind komt er altijd wat water langs de naden. Daarnaast koelt de achterkant van de bekleding 's nachts af, waardoor er condens op kan slaan.
Dat is geen ontwerpfout maar het uitgangspunt van het systeem. De bekleding houdt het meeste weer tegen, en de luchtspouw erachter voert af wat er toch doorheen komt. Zolang die spouw werkt, droogt alles gewoon weer op.
Hoe de luchtstroom hoort te werken
- Onderin komt lucht binnen via een open kier of een geperforeerd profiel, meestal vlak boven het maaiveld.
- De lucht warmt op tegen de achterkant van de bekleding en gaat daardoor stijgen.
- Vocht wordt meegenomen in die opgaande luchtstroom.
- Bovenin gaat de lucht eruit onder de dakrand, opnieuw via een open kier of profiel.
- Dit proces loopt continu, ook zonder wind, zolang beide openingen vrij zijn.
Wordt de onderkant afgekit voor een nette afwerking of raakt de bovenkant dichtgezet bij het monteren van de dakrand, dan stopt de luchtstroom. De bekleding ziet er dan jarenlang perfect uit terwijl het regelwerk erachter langzaam wegrot.
Waar het in de praktijk misgaat
- Te krappe spouw. Inspecteurs vinden bij nieuwbouw structureel spouwen van een centimeter of minder, waar twee centimeter is voorgeschreven.
- Isolatie tegen de bekleding aan. Als de isolatieplaten de luchtspouw dichtdrukken is er feitelijk geen ventilatie meer.
- Dichtgekitte onderrand. Vaak gedaan om ongedierte te weren of omdat het er strakker uitziet.
- Bestrating te hoog. De onderste opening ligt dan onder het maaiveld en zuigt water op in plaats van lucht.
- Horizontale regels zonder onderbreking. Die blokkeren de opgaande luchtstroom als er geen doorstroomruimte is gemaakt.
Hoe je het zelf kunt controleren
Ga onder aan de gevel zitten en kijk of je een doorlopende opening ziet tussen de onderkant van de bekleding en de plint of het maaiveld. Vaak zit daar een geperforeerd profiel of een gaas tegen ongedierte. Zie je een dichte kitrand of doorlopend metselwerk, dan is er iets mis.
Doe daarna hetzelfde bovenin, onder de dakrand. Ook daar hoort ruimte te zitten. Twijfel je, vraag dan de monteur of leverancier om de systeemtekening. Elk fabrikantensysteem schrijft de spouwbreedte en de openingen expliciet voor.
Wat het kost om het goed te doen
Vraag dit uit voordat je opdracht geeft
- Hoeveel millimeter luchtspouw schrijft het systeem voor en wordt dat gehaald
- Hoe worden de openingen onder en boven uitgevoerd
- Van welk materiaal is het regelwerk en waarom rot of roest dat niet
- Hoe wordt de onderste rand vrijgehouden van de bestrating
- Wordt er gewerkt volgens de systeemtekening van de fabrikant
Veelgestelde vragen
Komt er ongedierte in de luchtspouw?
Dat kan, en daarom hoort er een fijnmazig gaas of een geperforeerd profiel voor de openingen. Dichtmaken is nooit de oplossing, want dan verruil je een muizenprobleem voor een rotprobleem.
Mijn bekleding zit direct op de muur, is dat fout?
Bij sommige systemen, zoals steenstrips op isolatie, is dat het uitgangspunt en is er geen luchtspouw. Bij plaat-, hout- en keramieksystemen op regelwerk hoort die spouw er wel te zijn. Vraag na welk systeem er is toegepast.
Hoe merk ik dat het misgaat?
Meestal pas laat. Signalen zijn vochtplekken binnen, bolling in de bekleding, een muffe lucht bij de onderrand of loszittende bevestiging. Bij twijfel kan een monteur één plaat demonteren en erachter kijken.
Geldt dit ook bij een geïsoleerde gevel?
Zeker, en daar is het nog belangrijker. Isolatie die nat wordt verliest een groot deel van zijn werking, dus juist bij buitengevelisolatie met bekleding moet de spouw kloppen.
Meer over montage en details
Elke week artikelen over de onzichtbare details die bepalen hoe lang je gevel meegaat.


